Grondstoffen betonmortel
Beton bestaat uit zand, grind, water en bindmiddelen zoals cement. Eventueel worden deze aangevuld met hulp- en/of vulstoffen.
Door een chemische reactie met water verhardt het cement. Het bindt de toeslagmaterialen en vult de lege ruimtes tussen het zand en het grind. Er is een minimale hoeveelheid water nodig om al het aanwezige cement te laten reageren. Water is ook nodig voor een goede verwerkbaarheid. Het water dat niet met cement reageert blijft in beton achter en vormt poriën. Meer water in de betonspecie betekent een meer open structuur en een lagere sterkte. De water/cementfactor, ofwel de hoeveelheid water (in kg) gedeeld door de hoeveelheid cement (in kg), is een bepalende factor voor de sterkte. Hoe lager deze factor des te hoger de sterkte.
Betoncentrale
De hoeveelheid cement en de cementsoort beïnvloeden de eigenschappen van het beton. In de betonmortelcentrale wordt aan de hand van zeefanalyses bekeken hoe grof of hoe fijn het zand en de grindkorrels zijn. De hoeveelheid en de verdeling van het toeslagmateriaal wordt zo gekozen dat de lege ruimtes tussen de korrels optimaal worden gevuld. De specie moet goed worden gemengd zodat het zand, het grind, het cement en het water goed zijn verdeeld. Dit mengen gebeurt in de betonmortelcentrale. Hulp- en vulstoffen worden zonodig aan de betonspecie toegevoegd om de eigenschappen te beïnvloeden. De betontechnoloog bepaalt voor ieder project de exacte samenstelling op basis van constructieve eisen uit het bestek. Ook uitvoeringsaspecten zoals transport, de wijze van storten en verdichten en de weersomstandigheden spelen hierbij een rol.
Meer informatie:
- Cement
- Duurzaam betonmortel
- Hoogovencement
- Hulpstoffen
- Portlandvliegascement
- Toeslagmaterialen
- Vulstoffen
- Water
- Zand en grind
| Terug naar overzicht | Print alles over grondstoffen betonmortel |



