Ontwerpeisen
Bij het ontwerp van vloeistofdichte constructies zal, naast de constructieve aspecten zoals optredende belastingen, speciale aandacht geschonken moeten worden aan de vloeistofdichtheid van het beton. De uitgaven waarin CUR/PBV-eisen worden geformuleerd:
- CUR/PBV-rapport 196 "Ontwerp en detaillering bodembeschermende voorzieningen"
- CUR/PBV-Aanbeveling 65 "Ontwerp, aanleg en herstel van vloeistofdichte voorzieningen van beton"
- T.a.v. agressiviteit van (vloei)stoffen wordt verwezen naar NEN 8005, bijlage A, tabel A.2
Het gaat om de volgende aspecten:
- Toepassing van krimpvoegen bij ongewapend en/of staalvezelgewapend beton
- Beheersing van scheurvorming door het uitvoeren van een controleberekening van de scheurwijdte bij voegloze vloeren en verhardingen van gewapend beton
- De vloeistofindringing. Hiermee kan de minimale ontwerpdikte van de vloeistofdichte betonconstructie worden bepaald. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de volgende typen van bodembeschermende voorziening:
- Continu belaste situaties
- Verharding zoals tankstations, overslag- en vulstations (druppelbelasting)
- Opvangbakken voor opslagtanks (calamiteitenbelasting)
- Opslagplaats onderafschot voor vaten (incidentele belasting)
De minimum dikte:
| vloeren | h=160 mm |
| verhardingen | h=180 mm |
| wanden | h=200 mm |
| Vorige | Volgende |
| Terug | Print alles over vloeistofdicht beton |


