Ontwerpen en detailleren bedrijfsvloeren

De ontwerpcriteria die een rol spelen bij bedrijfsvloeren hebben betrekking op de constructieve functie en de gebruiksfunctie. In de praktijk wordt een programma van eisen samen met de opdrachtgever gemaakt, zodat de ontwerper de bedrijfsvloer aan de gewenste kwaliteit kan laten voldoen. Bij het vaststellen van het programma van eisen is het belangrijk rekening te houden met de wijze van intern transport, met de opslagmethode, en vooral ook met het productieproces dat de opdrachtgever hanteert en met welke materialen en vloeistoffen er wordt gewerkt.

 

Constructief

  • De gebruiksbelasting kan worden onderscheiden in twee soorten belastingen; nl. belastingen die betrekking hebben op transport en opslag en de opgelegde vervormingen ten gevolge van zakkingsverschil, krimp en temperatuur. Om bij de keuze van de juiste vloer een helpende hand te bieden is er een tabel samengesteld.  
  • Er zijn twee methodes; een monoliet afgewerkte bedrijfsvloer met en zonder werkvloer.  
  • Het beheersen van scheurvorming als gevolg van krimpgedrag van beton is veelal bepalend voor de keuze van het vloerconcept. Bij beton is sprake van verschillende vormen van krimp. Plastische krimp, thermische krimp en uitdrogingskrimp.
  • Plastische krimp ontstaat door het verdampen van water, uit het niet-bekiste oppervlak, na het storten.
  • Thermische krimp ontstaat door hydratatiewarmte in relatie tot veranderende buitentemperaturen. Overdag door de omgevingstemperatuur en zonnestralen en 's nachts door het afkoelen van jong beton.
  • Uitdrogingskrimp is het verdampen van niet-gebonden water afhankelijk van de temperatuur en de relatieve vochtigheid.
  • Scheurvorming van 0,25 mm in gewapend beton wordt als een normaal en toelaatbaar verschijnsel geacht. In samenspraak met de opdrachtgever wordt echter soms vooraf overeengekomen dat bij wilde scheurvorming achteraf geïnjecteerd wordt. Dit om onnodige discussie te voorkomen.
  • Het scheurgedrag van beton is moeilijk te voorspellen. De eigenschappen van betonmengsels en de omstandigheden waaronder ze verwerkt worden vertonen een grote spreiding. Beheersing van het krimpgedrag kan worden verkregen door een aantal maatregelen.
    • Storten op een vlakke ondervloer (zandbed o.d.)
    • Storten op een folie ter beperking van de verhinderde vervorming
    • Vloeren los houden van randbalken, poeren en kolommen
    • Geen obstakels in ondergrond zoals balken, putten, kolomvoeten ed.
    • Toepassen van voorspanning ter beperking van trekspanningen
    • Toepassen van wapening voor scheurverdeling
    • Toepassen van staalvezels voor beheersing van scheurverdeling
    • Betonmengsel met een lage krimpmaat
    • Goede uitvoeringstechniek met verdichten en nabehandelen

 

Gebruiksaspecten

In een vroeg stadium moeten de gebruiksaspecten bekend zijn, zodat de ontwerper rekening kan houden met het programma van eisen van de opdrachtgever en de vloer zodanig kan ontwerpen dat hij aan de kwaliteitseisen voldoet. De volgende aspecten zijn van belang:

  • De gewenste vlakheid, ofwel de toelaatbare onvlakheid, is sterk afhankelijk van de logistieke handelingen. Deze worden bepaald door het type voertuig, de breedte van de gangpaden en de wijze van afzetten van de goederen door de (hef)truck. Ook plaatsingseisen van apparatuur, kranen en magazijnstellingen kunnen van belang zijn. Daarnaast zijn er nog de vloeren in werkplaatsen en showrooms waar nog een bedekking op moet komen.
  • Slijtvastheid van goed verdicht, nabehandeld verhard beton is veelal voldoende voor normale gebruikssituaties.
  • Een hogere slijtvastheid kan worden verkregen door het gebruiken van kwarts als instrooimateriaal. Normaal 2 kg kwarts en 1 kg cement per m2 vloer. Bij de eis van een hogere slijtvastheid kan een deel van de kwarts vervangen worden door een harder materiaal zoals korund. Maximaal 3 á 4 kg per m2 om de vlakheid en hechting niet te veel aan te tasten.
  • De ruwheid is van invloed op de mate waarin vocht en vuil in het vloeroppervlak achterblijven. Het zegt niets over de stroefheid, maar wel iets over de hygiëne en reinigbaarheid.
  • De gewenste stroefheid kan worden bereikt door het basismateriaal, het instrooimateriaal en toeslagmateriaal of door een speciale toplaag. Vooral bij intern transport is dit van belang. Door het gebruik verandert de mate van stroefheid.
  • In toenemende mate zullen eisen van vloeistofdichtheid en bestendigheid tegen chemische invloeden aan vloeren worden gesteld. Vooral bij het gebruik van milieubelastende vloeibare chemicaliën en minerale of organische oliën. Als sprake is van voegen moet de detaillering veel aandacht krijgen. Zie CUR-rapport 196; "Ontwerpen en detailleren bodembeschermende voorzieningen".
  • Afvoer en afschot. Op bedrijfsvloeren wordt veelal gewerkt met vloeistoffen. Zowel in een productieproces als in het onderhoud. Om te voorkomen dat er water op de vloer blijft staan, is een afschot nodig van 5 á 10 mm/m' afhankelijk van de vlakheideis en de afvoerputten (bovenkant put 10 mm -/- peil).
  • Elektrische isolatie. Beton heeft een geringe inductiegeleidbaarheid. Bij elektronische apparatuur moet om aan de eisen (aarding, geleiding, weerstand en vonkontlading) te voldoen een speciale coating of vloerafwerking komen.
  • Onderhoud. Naast afvoer en afschot moet ook rekening met de eis van bepaalde reinigingsmiddelen gehouden worden.


Volgende

Terug Print alles over vloeren in de utiliteitsbouw

Gietbouwcentrum en VOBN sluiten alle aansprakelijkheid uit, die verband houden met het gebruik van informatie uit deze site. Zie disclaimer in www.gietbouwcentrum.nl onder menuknop Site info.

08/02/2012 15:59
> ... > Voorbeeld bepaling bouwtijd wanden-breedplaat > Marktaandeel gietbouw groeit ten koste vann stapelbouw > Ontwerpen en detailleren bedrijfsvloeren
Alles over gietbouw en betonmortel
Gietbouwcentrum - Postbus 383 - 3900 AJ Veenendaal - T 0318 55 74 74 -