9 juli 2008
Besluit Bodemkwaliteit
Per 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. De toepassing van bouwstoffen op of in de bodem en het toepassen van bouwstoffen in oppervlaktewater wordt daarmee in het vervolg in het Bbk geregeld in plaats van in het Bouwstoffenbesluit.
In het kader van het Bouwstoffenbesluit is destijds de Stichting Clusterbeheer Bouwstoffenbesluit Betonmortel (SCBB) opgericht. De SCBB beschikt over een collectieve kwaliteitsverklaring ofwel een clusterattest. Door middel van deelname aan het cluster kan elke betonmortelcentrale op eenvoudige wijze de vereiste gegevens aan afnemers verstrekken.
Ook als u nu in het bezit bent van het KOMO/BV-productcertificaat, dient u echter in het kader van het Besluit bodemkwaliteit opnieuw erkenning aan te vragen. Klik hier voor meer meer informatie. [alleen voor leden]
Om de overgang van het Bouwstoffenbesluit naar het Bbk zonder problemen voor de uitvoering te laten verlopen zijn er echter overgangsregels opgesteld. Zo blijven o.a. erkende kwaliteitsverklaringen die op grond van het Bouwstoffenbesluit zijn afgegeven, zoals het u vertrouwde KOMO/BV-productcertificaat, geldig voor de duur van de betreffende verklaring met een maximum van drie jaar na inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit.
Waarom een Besluit Bodemkwaliteit
Het Bouwstoffenbesluit is de afgelopen jaren geëvalueerd. Hierbij kwamen knelpunten, o.a. met betrekking tot de uitvoering en de handhaving, naar boven die niet eenvoudig zijn op te lossen. Door VROM is daarom besloten het Bouwstoffenbesluit te vervangen door het Besluit bodemkwaliteit. Getracht is daarbij om het besluit beter te laten aansluiten op de Europese Bouwproductenrichtlijn (CPD). Naast de inspanning om de bewijslast eenvoudiger te maken is tevens het normstelsel aangepast en de regels voor primaire bouwstoffen vereenvoudigd. Door de wijzigingen is het de bedoeling dat de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zullen dalen.
Het Besluit bodemkwaliteit bevat eveneens regels voor grond en baggerspecie. Deze regels stonden niet in het Bouwstoffenbesluit.
Opbouw van het Besluit
Het besluit bestaat uit de volgende onderdelen:
- De Kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo - kwaliteitsborging in het bodembeheer)
- Bouwstoffen
- Grond en baggerspecie
Voor grond en baggerspecie is een nieuw beleidskader gemaakt, waarbij lokale overheden meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden krijgen voor het bodembeleid in hun beheergebied. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer. Kwalibo geeft regels voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt eisen aan de uitvoerders. Voor vormgegeven bouwstoffen zoals betonmortel is met name het onderdeel bouwstoffen relevant.
Milieuhygiënische verklaringen voor bouwstoffen
De kwaliteit van een bouwstof moet worden aangetoond met een milieuhygiënische verklaring. Voor bouwstoffen kent het besluit drie typen, t.w.:
- partijkeuring
- erkende kwaliteitsverklaring
- fabrikant-eigenverklaring (FEV)
De inzet van "overige bewijsmiddelen" zoals onder het Bouwstoffenbesluit mogelijk was is komen te vervallen, omdat dit in de praktijk vaak tot onduidelijkheden leidde.
- Van een partij bouwstoffen kan de kwaliteit worden bepaald met een partijkeuring. Omdat betonmortel niet in voorraad kan worden geproduceerd is dit echter geen bruikbaar bewijsmiddel en valt daardoor af.
- Een erkende kwaliteitsverklaring is een milieuhygiënische verklaring op basis van een gecertificeerde bouwstof, vergelijkbaar met het huidige KOMO/BV-productcertificaat betonmortel.
- De fabrikant-eigenverklaring is een nieuw type verklaring die door de fabrikant zelf wordt afgegeven, zonder periodieke externe controles door een erkende certificerende instelling en zonder aparte erkenning van de verklaring van de Ministers.
Een FEV behoort tot de mogelijkheden bij bouwstoffen waarvan de samenstellings- en emissiewaarden altijd ruim onder de norm liggen. Voordat een producent en FEV mag afgeven, moet hij door middel van een toelatingskeuring aantonen dat zijn product aan de gestelde eisen voldoet.
Desgewenst moet hij ook daarna op een later moment kunnen aantonen dat zijn product nog steeds voldoet. De Stichting Bouwkwaliteit (SBK) stelt zich op het standpunt dat een FEV voor het Besluit bodemkwaliteit niet toereikend is om het KOMO-certificaat te behouden. In dit kader blijft praktisch gezien een erkende kwaliteitsverklaring nodig.
Belangrijkste verschillen met het Bouwstoffenbesluit m.b.t. bouwstoffen
- Voor betonmortel verandert er op zich niet zo veel. De indeling in categorie 1 en 2 bouwstoffen verdwijnt. Niet vormgegeven bouwstoffen worden onderverdeeld in bouwstoffen die zonder IBC-maatregelen (Isoleren, Beheren, Controleren) kunnen worden toegepast en bouwstoffen die alleen met voorzieningen mogen worden toegepast.
- Sprake is van nieuwe grenswaarden, gebaseerd op milieutoxiciteitsrisico (MTT: maximale toelaatbare toevoeging) in plaats van stand-still principe qua marginale bodembelasting.
- De fabrikant-eigenverklaring (FEV) kan dienen als een zogenoemde milieuhygiënische verklaring. Betonmortel behoort tot de bouwstoffen waarvan de samenstellings- en emissiewaarden in het algemeen ruim onder de norm liggen. In principe behoort een FEV tot de mogelijkheden, echter met de reeds gemaakte aantekening dat dit onvoldoende is om KOMO-certificaat te behouden.
- Om betonmortel onder KOMO-certificaat te kunnen blijven leveren heeft de Stichting Clusterbeheer Bouwstoffenbesluit (SCBB) besloten om de erkende kwaliteitsverklaring, cq. het KOMO/BV-productcertificaat, in stand te houden en voor haar deelnemers te faciliteren.


